zaterdag 29 oktober 2016

Hoe een nestkast ophangen wordt

Goede huisvesting is voor vogels steeds moeilijker te vinden. U helpt de dieren dus echt met het ophangen van één of meerdere nestkastjes. En zelf beleeft u ook volop plezier van het nieuwe leven in uw tuin. Koop nooit zomaar een willekeurige nestkast. Nestkasten van Vivara zijn ontwikkeld in samenwerking met ornithologen en zijn van topkwaliteit. Tevens zijn onze nestkasten voorzien van het FSC keurmerk.

De nestkast beschut tussen de begroeiing met de vliegopening richting het noordoosten.

Waar moet ik op letten bij een nestkast?
Wist u dat elke vogel zijn eigen eisen stelt aan een nestkast? Vooral de grootte van de invliegopening bepaalt welke vogelsoort in een nestkast gaat broeden. Kijk dus eerst welke vogels er bij u in de tuin voorkomen en pas de aankoop daarop aan. Mussen, mezen, boomklevers en bonte vliegenvangers bijvoorbeeld willen het liefst een nestkast met een kleine invliegopening. Vogels als roodborsten, winterkoninkjes en merels zijn juist weer op zoek naar meer open nestkasten met een lage voorzijde. In het overzicht hieronder ziet u welke voorkeuren de diverse vogels hebben.

De juiste invliegopening voor de juiste vogel
De grootte van de invliegopening is bepalend voor de bewoner van de nestkast.

Gebruik onderstaande richtlijnen bij de keuze van een nestkast:

 Invliegopening:  Geschikt voor onder andere:
 ø 28 mm  kleine mezen, zoals de pimpelmees en zwarte mees
 ø 32 mm  grote mezen, zoals de koolmees en kuifmees
 ø 34 mm en ovaal   ring- en huismus, boomklever, bonte vliegenvanger en gekraagde roodstaart
 ø 45 mm  spreeuw en grote bonte specht
 ø 80 mm  holenduif en kauw
 ø 130 mm  bosuil
 Halfholen  roodborst, grauwe vliegenvanger, witte kwikstaart, merel en zwarte roodstaart

9 tips om uw nestkast goed op te hangen
1. Hang de nestkast op een rustige plek op, zodat de vogels zich veilig voelen en naar binnen durven. Dus niet direct naast het terras, als u daar in het voorjaar zelf vaak zit.
2. Niet in de volle zon, dus liever niet op het zuiden.
3. Beschut tegen de wind. De invliegopening kan het beste op het oosten tot noordoosten zijn gericht, want de wind komt in Nederland vaak uit het zuidwesten.
4. Een vrije en veilige aanvliegroute is belangrijk. Geen takken direct voor de opening.
5. Uit de buurt van katten. Gaas om de boom kan katten uit de buurt houden.
6. Vogels van dezelfde soort wonen het liefst tenminste tien meter van elkaar. Voor vogels van verschillende soorten, zoals koolmees en pimpelmees, kunnen de kasten een meter of drie uit elkaar hangen.
7. Koloniebroeders wonen wel weer graag in groepen: de nesten voor mussen, spreeuwen en zwaluwen kunnen daarom wel naast elkaar hangen.
8. Hang de nestkast stevig op, zodat hij niet kan gaan slingeren of vallen.
9. Ophangen in het najaar. Vogels kunnen er al aan wennen en de kast gebruiken als slaapplek.

En… maak de kast elk jaar in september of oktober weer schoon. Met kokend water. Trek zelf keukenhandschoenen aan, want heel schoon zal het niet zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten